Jaarbericht: de hoogtepunten van Bob de Jager

Het jaar 2022 begon in januari met een afsluitend debat naar aanleiding van het rapport van de Randstedelijke Rekenkamer over het vergunningsdebacle bij de sneltramverbinding Utrecht-Nieuwegein-IJsselstein. Helaas was ik zelf verhinderd door verdrietige privé-omstandigheden, het was fijn dat collega-fractielid Baerte de Brey de woordvoering voor zijn rekening kon nemen. 

 

Februari stond in het teken van een tweetal belangrijke, zeer verschillende oeververbindingen. Vanwege de dreigende impasse tussen de provincies Utrecht, Gelderland en het Rijk over de verbreding van de Rijnbrug bracht de VVD met succes een motie in om het gesprek gaande te houden. Eind 2022 zijn zowel de provincie Gelderland als het Rijk over de brug gekomen en gaat de verbreding alsnog plaatsvinden. Vervolgens ging het over het pontje over het Amsterdam-Rijnkanaal tussen Nieuwer ter Aa en Breukelen. Politieke aandacht hielp hier om een landelijk besluit ongedaan te maken. Het pontje is voorlopig in de vaart. Op termijn komt er een alternatieve (fiets-)verbinding. 

 

In mei en juni lagen de netwerkperspectieven voor het OV en de Provinciale Wegen voor. Vooral het Netwerkperspectief Provinciale Wegen was interessant, omdat het college aan het begin van de periode al breed in de media had verkondigd dat de maximumsnelheid omlaag moest naar 60 km/uur. Dit is uiteindelijk beperkt gebleven tot situaties waar de verkeersveiligheid in het geding komt. Leuke bijkomstigheid was dat GroenLinks bijna ‘tandenknarsend’ meeging in een VVD-amendement om vast te leggen dat de maximumsnelheid op provinciale wegen in principe 80 km/uur bedraagt. Lees HIER de integrale tekst.


Na de zomer lagen twee uitstekend voorbereide voorstellen voor. De verlenging van de huidige OV-concessies als gevolg van corona en de herinrichting van het provinciaal trambedrijf. In de aanloop heeft de VVD alle gelegenheid genomen om richting aan de discussie te geven. Met succes, waardoor het een plezier was hier mee akkoord te gaan. Onze motie om verdere besluiten over het trambedrijf aan PS voor te leggen werd aangenomen. Lees HIER de integrale tekst.


Een tweede motie ging over samenhangend investeren in bereikbaarheid voor de versnelling van woningbouw. Dit om de provincie goede kansen te geven in de gesprekken met het Rijk. Van groot belang, want alleen met investeringen in infrastructuur kan Utrecht groeien. De motie werd aangenomen, wat te danken was aan goede afstemming met GS. De daaropvolgende BO-MIRT gesprekken zijn succesvol verlopen. Lees HIER de integrale tekst.


In december kwam na lang wachten het definitieve voorstel over de N201, het grootste doorstromingsknelpunt van de provincie. Daarin werd voorgesteld 100 miljoen euro te stoppen in verbeteringen. De VVD heeft veel aandacht gevraagd voor de problematiek van de N201. Vooral om het strekken van de bocht bij Mijdrecht onderdeel te laten zijn van de maatregelen. Na ruime aanname van het voorstel waren we dan ook zeer tevreden. Helaas zonder mijn eigen woordvoering, want corona. 

 

Terugblik Statenperiode 2019-2023 

 Het nieuwe college wilde alles anders doen en zich afzetten tegen de eerdere dominantie van de VVD. Ook de oppositie moest ruimte krijgen bij te dragen aan het coalitiebeleid. Dat laatste bleek alleen mogelijk als één of meerdere van de coalitiepartijen bereid was ons bij moties of amendementen te steunen. 


In de eerste uitgebrachte begroting werd duidelijk welke verandering het college voor ogen had. Hoewel het ‘wiel met spaken’ concept, om de bereikbaarheid van de regio Utrecht op termijn te garanderen, in beginsel overeind bleef werden de accenten toch wel geheel anders gelegd. De auto moest in de ban. Hoewel alle onderzoeken uitwijzen dat het autoverkeer in de nabije toekomst verder groeit en het wegennet vastloopt, zette het college zwaar in op verdere ontwikkeling van het OV en het toenemende gebruik van de fiets. Het beleid luidde dat er uitsluitend werd geïnvesteerd in onderhoud van bestaande wegen, niet in nieuwe wegen of initiatieven om structurele verkeersknooppunten op te lossen.  


De beschikbare middelen moesten anders verdeeld worden en dat betekende investeren in een OV-schaalsprong, snelfietsroutes, 60 km/uur op provinciale wegen en de ontwikkeling van een app, die gebruikers van de fiets bij hun woon-werk verkeer moest ondersteunen in het vinden van de juiste route die ze zonder app ook al dagelijks aflegden. Wat tot de kerntaken van de provincie behoort was regelmatig onderwerp van debat en leidde niet zelden tot het, in onze ogen, over de balk gooien van belastinggeld.  


De VVD is voortdurend kritisch geweest op het realiteitsgehalte van alle mobiliteitsplannen. Zonder voorbij te gaan aan het feit dat de provincie Utrecht de komende jaren fors zal gaan groeien en dat dit complexe vraagstukken met zich meebrengt rond het functioneren van het mobiliteitssysteem. Als liberale partij staat voor ons daarbij de keuzevrijheid van de reiziger voorop. Afdwingen dat zij de auto laten staan past niet bij de VVD. We hebben ons wel altijd uitgesproken het OV aantrekkelijker te maken door het beter kunnen combineren van verschillende vervoersmogelijkheden te faciliteren. 


Het college volgde echter haar eigen idealistische koers. Het betrekken van de oppositie bij de mobiliteitsplannen gebeurde regelmatig achteraf of in de vorm van informatiesessies zonder debat. Zo leidde het verschijnen van het rapport ‘Utrecht Nabij’ en het eigenhandig handelen van het college zonder de Staten voorafte betrekken bij de keuzes tot het aanvragen van een spoeddebat door de VVD. Het college bleef aan en alle bezwaren werden weggewuifd met de mededeling dat alles pas definitief werd vastgelegd in de Omgevingsvisie. Het zal geen verbazing oproepen dat ik geen voorstander was om de uiteindelijke omgevingsvisie te steunen. 


Behalve hoe het mobiliteitssysteem de groei van de regio Utrecht en de verbinding tussen de regionale gebieden en de verstedelijkte gebieden moet faciliteren, is ook op andere wijze veel aandacht besteed aan de rol van het OV. Het OV heeft gevolgen ondervonden van Corona. Door minimale aantallen reizigers was de continuïteit van het busvervoer in het geding. Wij hebben financiële steun, het verlengen van de huidige concessies, het beperkt terug brengen van de frequentie en het zoveel mogelijk in stand houden van lijnen altijd als de juiste maatregelen beschouwd.  


De VVD stond vervolgens alleen in haar oproep na corona werk te maken van het aantrekkelijker maken van het OV. Ook zijn wij voorstander geweest van het op afstand plaatsen van het OV-bedrijf. Ook speelden de nasleep van de ‘Uithoflijn’, de vele technische perikelen rond de sneltramverbinding Utrecht-Nieuwegein-IJsselstein en het proces van vergunningsverlening voor ingebruikname daarvan.  


Vanuit de oppositie heeft de VVD in deze dossiers een constructieve houding aangenomen als het kon en een kritisch geluid laten horen als het moest. We namen initiatief voor een interpellatiedebat naar aanleiding van het vergunningsdebacle en hebben stevig ingezet na het verschijnen van het rapport van de Randstedelijke Rekenkamer hierover. Ondanks een motie van afkeuring kon de gedeputeerde Mobiliteit toch aanblijven.        


Hoewel veel rondom mobiliteit aan de orde kwam blijft het beeld hangen dat het college veel plannen heeft gemaakt, maar weinig heeft uitgevoerd. Belangrijke dossiers zoals de Noordelijke Rondweg Utrecht en het mogelijk integrale alternatief voor het Tracébesluit A27/Amelisweerd kennen nog een open eind. Daar staat tegenover dat de VVD tevreden mag zijn met de doorbraak die zij mede heeft gerealiseerd op de al jarenlang spelende doorstromingsproblematiek op de N201, vooral het genomen besluit om de bocht bij Mijdrecht te strekken, en met het verbreden van de Rijnbrug bij Rhenen. 


Mobiliteit – Het kan verkeren! 

Afbeelding met tekst, persoon, binnen

Automatisch gegenereerde beschrijving